Nederland wil vooruit. Zo presenteerde het kabinet begin deze zomer het pakket aan maatregelen dat ons land van het ‘stikstofslot’ moet halen. Een waarheid als een koe. Of eigenlijk, niet als een koe, want ondanks de mooie woorden boven de aankondiging van het pakket – ‘weer ruimte voor boer, natuur en bouw’ – moeten de boeren juist ruimte inleveren. We zijn inmiddels zo gewend aan dit soort politieke framing dat het ons niet eens meer opvalt. Iedereen mag blij zijn, en nou geen ruzie meer maken.
Het stikstofpakket was een succes voor het minderheidskabinet dat zijn politieke slagvaardigheid bewees op dit taaie dossier. Met Prinsjesdag in aantocht zal het opnieuw moeten bewijzen dit land te kunnen besturen zonder een duidelijke ideologische meerderheid in het parlement. Bij het afspreken van de begroting, zeker voor een land dat al jaren versnipperde mandaten aan zijn leiders afgeeft, zal de aandrang om te doen alsof iedereen kan winnen, wederom onbedwingbaar blijken. Het vraagstuk waar het in alle grote dossiers om gaat – woningmarkt, migratie, stikstof, defensie, arbeid, zorg – verdwijnt daarmee uit zicht: de verdeling van schaarse middelen.
Schaarste is het oudste probleem dat we kennen. De economie wordt vaak aangemerkt als het domein waarin deze vraagstukken zich afspelen, maar in feite is het de aard van de natuur zelf. Organismen strijden al miljoenen jaren om schaarse voedingsstoffen voor hun voortbestaan.
The End of Schaarste
Een tijdje hebben we gedacht dat de mens dit probleem had opgelost. John Maynard Keynes voorspelde in 1930 dat het voor ons deel van de wereld in 2030 wel zo’n beetje af zou zijn. Genoeg voor iedereen, voor altijd. Francis Fukuyama dacht dit in 1992 nog steeds. Op een bepaalde manier hadden ze gelijk. Het kapitalisme is spectaculair succesvol gebleken in het oplossen van absolute schaarste: in principe heeft iedereen hier toegang tot alles wat hij nodig heeft en meer. In dit succes schuilt echter een wrange paradox: om de boel op gang te houden, moet het systeem steeds nieuwe vormen van schaarste creëren.
Menselijke behoeften zijn verzadigbaar – you can only eat so much – maar onze verlangens zijn onbegrensd. Overvloed creëert moeiteloos nieuwe wensen. Plato, Aristoteles en Epicurus wisten dit al. Zij zagen er geen been in om ijdele verlangens te beteugelen via opvoeding en een morele veroordeling van overdaad. Meer verlangen dan je nodig hebt, was het begin van ellende en oorlog, zoals Socrates helder uitlegt in Politeia.
‘We zullen dus het land van de mensen in onze buurt moeten afnemen als we genoeg willen hebben [voor een luxe samenleving, red], en die mensen op hun beurt het onze, als ook zij zich overgeven aan een onbeperkt streven naar bezit en de grens van elementaire behoeften overschrijden.’
Plato’s broer Glaucon bevestigt: ‘dat kan inderdaad niet anders.’
De Grieken begrepen nog niet hoe je op alsmaar groeiende verlangens een economisch systeem kunt bouwen dat steeds meer, steeds efficiënter produceert en dat dat heel lang goed gaat zonder dat je land van de buren nodig hebt. Wij modernen hebben op die manier van overdaad een deugd gemaakt. Aangejaagd door steeds nieuwe vraag, blijft het systeem produceren, kapitaal accumuleren, innoveren, nieuwe vraag creëren, produceren, ad infinitum.
We hebben ons schaarsteprobleem niet opgelost, maar slechts verplaatst naar een hoger, existentieel bedreigender niveau
De hete zomer, die op Prinsjesdag nog een week duurt, maakt pijnlijk en onontkoombaar duidelijk wat de gevolgen zijn van deze cyclus, die van een verslindende aard blijkt te zijn. We hebben ons schaarsteprobleem niet opgelost, maar slechts verplaatst naar een hoger, existentieel bedreigender niveau.
We hebben niet genoeg natuur om al onze verlangens te bevredigen. We zullen dus moeten bepalen wie de ruimte – stikstofruimte, drinkwater, land – krijgt: boeren, burgers, bedrijven, migranten of de natuur zelf. Spanningen om land dat grondstoffen bevat – Groenland, de Zuid-Chinese zee, Oost-Congo, Sudan – roepen Socrates’ simpele les over oorlog als onontkoombaar gevolg van ongebreidelde verlangens in herinnering. Ongelijkheid in toegang tot waardevolle natuur, verschijnt aan de bovenkant als geopolitieke spanning en aan de onderkant als jonge mensen die naar Europa zwemmen, op zoek naar de waardigheid en het comfort die hun eigen land niet voortbrengt.
Ondertussen behandelen wij schaarste nog steeds als een tijdelijk technisch probleem, of als een beleidsfout, in plaats van als een fundamenteel kenmerk van de realiteit. De voorgestelde oplossingen zijn steevast technisch of administratief: de productiviteit verhogen, CO2 filteren, rekenmodellen aanpassen of de discussie sussen met slimme semantiek.
Schaarste is onoplosbaar
We zijn zo gewend geraakt aan het idee van: ‘als er te weinig is dan maken we gewoon meer’, dat we verleerd zijn om verdelingsvraagstukken politiek bespreekbaar te maken. Dat wil niet zeggen dat we geen alternatieve energiebronnen moeten aanboren en zelfs niet dat we de productiviteit op z’n beloop moeten laten. De discussie over die inspanningen moet ons alleen niet afleiden van het fundamentele probleem dat eronder ligt.
Het is belangrijk dat onze volksvertegenwoordigers (en wijzelf) ervan doordrongen raken dat steeds meer produceren onze verlangens niet zal bevredigen, en dat we steeds tegen nieuwe vormen van schaarste op zullen lopen. Zelfs in het bijzondere (maar niet ondenkbare) geval dat onze technologie grondstoffen en energie uiteindelijk oneindig toegankelijk maakt zonder milieuschade, zal er schaarste bestaan van een positionele aard. We kunnen nu eenmaal per definitie niet allemaal tot de 10 procent rijksten, machtigsten, knapsten, gezondsten, best opgeleiden, mooist wonenden, etc. van het land, noch de wereld behoren.
De verdeling van schaarse goederen zal voor de mens áltijd een vraagstuk blijven; een vraagstuk dat we niet kunnen vermijden door op meer groei te hopen, en dan na ons de zondvloed. We bereiken de grenzen van wat een kapitalistisch groeisysteem vermag. De Griekse begrippen ‘genoeg’ en ‘rechtvaardig’ moeten daarom terug in ons politieke discours.
Josephine de Vries is filosoof, econoom en voormalig bedrijfsstrateeg. Ze onderzoekt voor Vrij Nederland de onderstromen van de actualiteit.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.