Als Tommy (37) zijn buurman tegenkomt, krijgt hij ‘kuthomo!’ naar zijn hoofd geslingerd. Hij vertelt: ‘Soms spuugt hij me na. ’s Avonds houdt hij me wakker door met zijn ring tegen het raam te tikken.’
Tommy verhuisde drie jaar geleden naar Oss. Een week nadat hij hand in hand met zijn partner over straat liep, begon het getreiter. Als Tommy na werktijd naar huis rijdt, bedenkt hij hoe hij zijn buurman kan ontwijken. Hij bukt achter de heg als hij langs zijn huis loopt. Boodschappen doet hij aan de andere kant van de stad.
Pogingen om in gesprek te gaan haalden niets uit. Tommy deed meldingen bij de politie, de gemeente en de woningcorporatie. Tot nu toe zonder succes. ‘Telkens krijg ik te horen dat een andere instantie aan zet is. Niemand doet iets. Ik word hier gek van.’
Discriminatie
Slachtoffers van discriminatie door buren – op basis van huidskleur, geaardheid of gender – blijven in veel gemeenten jarenlang zonder effectieve hulp zitten. Dat blijkt uit onderzoek van Vrij Nederland naar cijfers van Discriminatie.nl, de landelijke vereniging van meldpunten voor discriminatie.
Van de 1093 meldingen van discriminatie in de woonomgeving sinds 2019 zijn er slechts 102 succesvol opgelost – nog geen 10 procent. Het gros van de meldingen betreft discriminatie op basis van afkomst of etniciteit. Het totale aantal meldingen ligt in werkelijkheid echter veel hoger. ‘Lang niet iedereen die in zijn buurt wordt gediscrimineerd, bezoekt een gemeentelijk discriminatiemeldpunt’, zegt Mellouki Cadat-Lampe, oud-discriminatieonderzoeker bij kennisinstituut Movisie.
In tegenstelling tot scholen en werkvloeren, waar uitgebreide antipestprogramma’s en -protocollen bestaan, bestaat er voor pesten in woonbuurten geen duidelijke aanpak. ‘Terwijl gemeenten verantwoordelijkheid dragen voor een veilige en inclusieve leefomgeving’, zegt Rabin Baldewsingh, Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme.
Slechts 33 procent van de gemeenten heeft beleid waarin de verantwoordelijkheden rond discriminatie zijn vastgelegd
Iedere gemeente dient een meldpunt voor discriminatieklachten te hebben, maar de juridische plicht om concreet anti-discriminatiebeleid te voeren ontbreekt. Op dit moment heeft slechts 33 procent van de gemeenten beleid waarin de verantwoordelijkheden en taakverdeling rond discriminatie zijn vastgelegd voor de betrokken organisaties: politie, woningcorporaties en gemeentelijke meldpunten.
Bij gebrek aan een heldere taakverdeling, zegt Baldewsingh, nemen betrokken instanties geen verantwoordelijkheid in het merendeel van de gemeenten. ‘Ze verwijzen snel naar elkaar door.’
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) erkent dat een samenhangende aanpak in veel gevallen ontbreekt. ‘Kleinere gemeenten hebben beperkte capaciteit. Ze richten zich meer op bewustwordingscampagnes op scholen dan op conflicten in wijken.’
Pesten
De van oorsprong Iraakse Amira (34) en haar familie hebben sinds 2015 te maken met burenpesterijen, en ook haar klachten belanden tussen wal en schip. Regelmatig krijgen zij en haar familieleden van buren te horen dat ze ‘terug moeten naar hun eigen land’. Haar gezin is een van de weinige vluchtelingenfamilies in het plattelandsdorp, dat in verband met haar veiligheid niet bij naam genoemd wordt.
Als Amira doucht, hoort ze de buren buiten praten over ‘kutvluchtelingen’. Ze zegt: ‘Het maakt me vooral boos. We begrijpen niet waarom ze dit doen. Je bent er iedere dag mee bezig, wat zullen ze nu weer zeggen.’
In februari van dit jaar schakelde Amira de politie in: ‘De maat was wel zo’n beetje vol’. Haar deurbelcamera registreerde hoe de buren de geparkeerde auto van haar vader klemreden. Op een paar centimeter afstand van de auto stapten ze uit. Daarna staken ze een duimpje naar elkaar op.
De politie deed weinig met haar klachten. ‘Klemrijden was niet strafbaar. Ze zagen onvoldoende grond om de klachten van discriminatie nader te behandelen. De politie wilde zich liever niet met een ‘‘burenruzie’’ bemoeien.’ Amira werd doorverwezen naar de woningstichting en de gemeente. Ook daar volgden geen maatregelen om het pesten te stoppen. ‘Als het kon, was ik allang verhuisd.’
Buurtbemiddeling
Als gemeenten wel actie ondernemen, wordt er vaak gekozen voor buurtbemiddeling: een vrijwillig traject waarin buren onder begeleiding van een maatschappelijke organisatie afspraken proberen te maken over hun conflict. En juist daar loopt het spaak, zegt oud-discriminatieonderzoeker Cadat-Lampe.
‘Buurtbemiddeling gaat uit van het idee dat twee partijen samen verantwoordelijk zijn, dat er altijd twee kanten aan een verhaal zitten’, vertelt hij. ‘Voor gewone burenruzies kan dat logisch zijn, maar zodra er hardnekkig wordt gediscrimineerd, is het geen conflict meer tussen twee gelijkwaardige partijen.’
Vooralsnog is buurtpesterij geen thema waar beleid op wordt gevoerd
Volgens Cadat-Lampe wordt buurtbemiddeling niet alleen vaak ingezet door gebrek aan kennis over discriminatie, maar ook uit terughoudendheid. ‘Woningcorporaties willen de situatie beheersbaar houden en zijn bang om de situatie verder te laten escaleren. Daarom reageren ze terughoudend.’
Het zou efficiënter zijn als de politie en woningcorporaties een meer normerende rol vervulden. ‘De politie kan onderzoeken wat er gebeurd is en of er strafbare feiten gepleegd zijn’, zegt Cadat-Lampe. ‘De woningcorporatie kan discriminerend gedrag normeren, huurders aanspreken en zo nodig juridische stappen zetten tot en met gedragsaanwijzingen of huurbeëindiging.’
Maar vooralsnog is buurtpesterij geen thema waar snel beleid op zal worden gevoerd. De overheid oefent weinig druk uit om de situatie te verbeteren, zegt Marcel Boogers, hoogleraar Democratie en transitie. ‘Discriminatiebestrijding is geen thema in het regeerakkoord. Bij onderbelichte maatschappelijke onderwerpen is er vaak een ernstig delict nodig dat veel maatschappelijke consternatie oproept. Denk aan de moord op Lisa in relatie tot femicide.’
Pester en gepeste
In veel gevallen liggen vooroordelen ten grondslag aan pestgedrag. Soms is de aanwezigheid van iemand uit een minderheidsgroep al aanleiding om te pesten. Vaker begint het subtieler: kleine ergernissen worden gevoed door vooroordelen en groeien geleidelijk uit tot woede en discriminerend pestgedrag.
Rico, geadopteerd uit India, raakte in 2018 verwikkeld in een conflict met zijn buurvrouw. Aanvankelijk ging de ruzie over zijn labrador, die volgens haar te hard blafte. Maar ook nadat Rico afstand had gedaan van de hond, gingen de pesterijen door.
Tijdens een gezinswandeling door zijn wijk, riep Rico’s buurvrouw opeens tegen zijn 4-jarige zoontje: ‘Je hebt kleine ballen, net als je vader.’ Rico: ‘Mijn vrouw moest me echt tegenhouden, zo kwaad was ik.’
Al eerder zette de buurvrouw hard het popnummer Dance Monkey op, stuurde haar chihuahua’s op hem af en zei dan: ‘Pak ’m maar, niggerdogs.’ Ook noemde ze hem ‘bruine kabouter’. ‘Elke dag was er wel iets’, zegt Rico. ‘Ze zat voortdurend uit het raam te kijken tot we naar buiten liepen. Alsof ze echt niks beters te doen had.’
Voor Rico was het niet zomaar getreiter. ‘Het deed me heel erg denken aan de basisschool’, zegt hij. ‘Het maakt dat je je anders voelt. En dat dag in, dag uit. Dat is heel pijnlijk. Iemand kan me beter klootzak noemen dan bruine kabouter.’
Buurtbewoners grepen niet in. ‘Ze vonden het heel erg voor ons, maar niemand ging even met haar praten’, zegt Rico. ‘Waarschijnlijk waren ze bang dat hun hetzelfde zou overkomen.’
Maandenlang twijfelde Rico of hij moest vertrekken. ‘Je vraagt je af of je je dan laat kennen. Het voelt ook als toegeven, alsof je jezelf laat wegpesten.’
Uiteindelijk verkocht hij in 2020 zijn huis. De politie nam zijn klachten nooit in behandeling.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.