Toen Bibi (26) haar hand voor het eerst speels naar het kruis van Marcello (26) bewoog, sloeg hij die weg. ‘Daar niet aankomen’, zei hij.
Ze waren nog maar kort aan het daten. Ze hadden gedronken, gehangen, gezoend. Maar een erectie kreeg Marcello niet. ‘Althans, als we seks probeerden te hebben’, zegt Bibi. ‘Hij liet mij dan wél klaarkomen. Dus ik dacht: oké, dit is fijn, dit komt goed.’
Uit voorzichtigheid vroeg ze maar niet door. Dat zou het alleen maar erger maken, dacht ze. Dus wachtte ze rustig af. Na een paar weken begon Marcello zich terug te trekken. Appjes bleven onbeantwoord, hij verzon vage smoesjes om onder dates uit te komen.
Toen Bibi hem confronteerde, zei hij dat hij het ‘bij nader inzien te druk had’ voor daten. Bullshit, wist Bibi. En toen kwam het: ‘Je wil toch geen gast met een slappe?’
‘Ik vond hem oprecht heel leuk’, zegt Bibi. ‘Maar hij gooide de handdoek in de ring.’
Ze hebben elkaar daarna nooit meer gesproken.
Alarmerende stijging
Marcello is niet de enige jonge man wiens piemel het laat afweten als het erop aankomt. Waar erectiele disfunctie, zoals dat medisch heet, van oudsher een seniorenkwaal is, – geleidelijk beginnend vanaf het 55ste levensjaar – kampt tegenwoordig bijna één op de drie mannen onder de 40 met een erectiestoornis, zo blijkt uit een vorig jaar verschenen internationaal onderzoek in medisch tijdschrift Cureus. Ter vergelijking: rond het jaar 2000 ging het om slechts één op de twintig mannen. Een ‘zeer alarmerende stijging’, zeggen de onderzoekers.
Erectieproblemen bij jonge mannen hebben meestal dan ook geen lichamelijke oorzaak, maar een psychologische. Masturberen lukt bijvoorbeeld (in het begin) vaak nog wel.
Toch blijft dit onderwerp in Nederland onderbelicht. Specifiek onderzoek naar de stijging van erectieproblemen bij jonge mannen ontbreekt. Wel laat de Monitor Seksuele Gezondheid van kenniscentrum Rutgers zien dat eenderde van de Nederlandse mannen het afgelopen jaar, gedurende minstens drie maanden, moeite had een erectie te krijgen of houden tijdens partnerseks.
Seksuoloog en huisarts Peter Leusink merkte de afgelopen tien à vijftien jaar dat er steeds meer mannen onder de 40 met erectieproblemen bij hem de spreekkamer binnenkwamen. Wat hij vaak hoort: ‘Hij wordt wel stijf, maar onvoldoende om te penetreren.’ Of: ‘We daten al een tijdje en het lukt niet, en we weten niet hoe we de cirkel moeten doorbreken.’
Leusink maakt zich zorgen over deze groeiende groep. ‘We zijn er in het vak niet alert genoeg op geweest.’
Waar komen de oprukkende erectieproblemen onder jonge mannen vandaan? Leusink wijst op de diepgewortelde mythe dat mannen dominant moeten zijn, dat hun mannelijkheid staat of valt bij de hardheid van hun erectie. En wat daaruit voortvloeit: prestatiedruk tijdens de seks.
‘Maatschappelijke veranderingen komen tot uiting in onze seksualiteit’, zegt Leusink. ‘Mannen groeien op in een tijd waarin de oude rollen zijn weggevallen of onder druk staan en er nog weinig nieuws voor in de plaats is gekomen.’
Of zoals klinisch psycholoog en seksuoloog Marieke Dewitte het verwoordt: ‘In een wereld die feministischer wordt, voelen ook mannen zich verantwoordelijk voor het plezier van hun partner. Dat is goed. Tegelijkertijd zien we dat veel heteromannen bang zijn daar niet aan te kunnen voldoen.’
‘Ook met een penis van vijf centimeter red je het al’
Zonde, vindt Dewitte. Dat ouderwetse beeld van ergens aan ‘voldoen’, van hard en lang penetreren met een heel grote penis, is een verenging van het man zijn, zegt ze. ‘Seks is genieten, aanraken, oraal, met de handen en by the way, het inwendige deel van de clitoris zit vijf centimeter diep, dus ook met een penis van vijf centimeter, red je het al.’
Toch wordt het mannenlijf in veel gevallen nog gereduceerd tot één ding: een stijve, de fallus, zegt Jens van Tricht, auteur van het boek Wat voor man wil jij zijn? en oprichter van het mannen-emancipatieplatform Emancipator. ‘De sensualiteit van het lichaam, van aanraking en tederheid, staat enorm op gespannen voet met die prestatiedruk. Door dit ouderwetse beeld van masculiniteit worden zowel mannen als vrouwen ontmenselijkt, tot ding gemaakt.’
Van Tricht ziet dat de huidige tijdgeest wordt gekenmerkt door twee verschuivende aardplaten. De ene staat voor het oude patriarchaat, de ander voor de wereld waarin mannen juist bevrijd zijn van dat juk. Daartussenin gaapt een kloof, een vacuüm. Het biedt dan houvast om terug te grijpen op idealen van dominantie, dus het idee dat je letterlijk en figuurlijk hard moet zijn. Alsof dan alles goed komt.
Maar de penis werkt niet altijd mee. Want juist bij stress en spanning gedijt de erectie niet.
Isolement
En dan is er nog – meer concreet – de opkomst van internetporno. De miljardenbusiness die gedijt op aandacht vangen, overprikkelen en eindeloze vernieuwing. En op één dominant perspectief, dat door de industrie letterlijk gecategoriseerd is als Point of View (POV): de penis gezien van bovenaf, zoals de man hem zelf ziet met alleen een anonieme buik. Geen gezicht, geen verbinding, alleen de piemel als subject.
Is het toeval dat de stijging van erectieproblemen bij jonge mannen precies samenvalt met de opkomst van de pornosites? Uit onderzoek van de Universiteit van Antwerpen blijkt van niet: hoe problematischer het pornogebruik, hoe groter de kans op erectieproblemen. ‘De gevolgen van internetporno op jonge mannen wordt onderschat’, zegt ook het Nederlands Centrum voor Seksverslaving in een rapport uit 2025.
Overmatig en steeds extremer pornokijken verhoogt de drempel voor opwinding, waardoor een welwillende partner in bed minder prikkelt. Het idee van de penis als leidend subject is volgens seksuologen ook schadelijk: het voedt de prestatieangst, en die prestatieangst is weer voer voor de volgende mislukte erectie.
https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-april-2026/Het gevolg is een neerwaartse spiraal. Illustratief is een grootschalig Brits onderzoek onder achtduizend volwassenen tussen de 25 en 34 jaar waaruit blijkt dat eenderde liever hun relatie zou beëindigen dan met hun partner het gesprek aangaan over hun erectieproblemen. ‘Mannen kunnen op deze manier in een isolement belanden’, zegt Leusink. ‘Ze zijn liever eenzaam dan kwetsbaar.’
Als je als man je identiteit hebt opgehangen aan je mannelijkheid en specifiek je erectie en je krijgt ‘m plots niet meer omhoog, tja, dan stort je identiteit in, zegt Dewitte. Dat kan leiden tot gevoelens van depressie, nergens meer zin in hebben, geen vreugde meer ervaren. Dan verdwijnt de zin in seks logischerwijs ook.
Een blik op het Reddit-forum r/ErectileDysfunction bevestigt hoe funest het voor het zelfbeeld van jonge mannen is om het vertrouwen in hun penis kwijt te raken. Daar posten tienduizenden mannen van gemiddeld 24 jaar anoniem wat ze niet in hun echte omgeving durven te vertellen: dat ze dates afzeggen, seks vermijden, relaties op afstand houden, alles om maar niet die afgang te voelen.
‘De schaamte wordt je identiteit en je draagt het in alles met je mee’, schrijft iemand. ‘Je voelt je minder man’, schrijft een ander. De depressieve gevoelens draaien bij bijna iedereen om het idee dat ze kapot (als in: stuk) zijn, minder waard zijn dan anderen.
Mojo
Wat nu?
Natuurlijk zijn er apps die sekstherapie aanbieden, zoals Mojo, opgericht door de Britse neven Xander Gilbert en Angus Barge. Ze ontdekten dat ze allebei worstelden met erectieproblemen. Ze waren begin twintig en hadden er nooit eerder met iemand over gesproken, ook niet met elkaar, schrijven ze op hun website. Mojo heeft inmiddels meer dan zestigduizend gebruikers.
Maar of zulke apps (voor zowat elk probleem is er tegenwoordig een app) de oplossing zijn, valt te betwisten.
Hoe werkt een erectie?
Om te beginnen moet je mentaal en lichamelijk ontspannen zijn om optimaal op prikkels te reageren. Pas dan stroomt er bloed naar de zwellichamen in de penis, waar stikstofmonoxide het gladde spierweefsel laat ontspannen en de toevoer opent en op gang houdt. Schiet je in de stress, dan maakt je lichaam noradrenaline aan, cruciaal voor de vecht-of-vluchtreactie, en trekt het bloed zich terug. Weg van de penis, naar de spieren en hersenen. Want die hebben het ‘nu’ nodig.
Gebeurt dat vaak, anticipeert je zenuwstelsel direct al op het ‘falen’. Het lichaam bereidt zich voor op gevaar. Bij het vooruitzicht op seks alleen al, schiet de stress omhoog en daarmee het noradrenalinegehalte. De erectie die dan uitblijft, wordt zo zijn eigen oorzaak. De angst wordt steeds meer werkelijkheid: een self-fulfilling prophecy. Je verwacht dat het misgaat, het gaat mis en die verwachting wordt iedere keer weer bevestigd. Een vicieuze cirkel waar piemeldragers moeilijk uitkomen.
Plezier
Leusink geeft zijn patiënten graag een eenvoudige lichaamsoefening mee. Eerst: telefoon weg, laptop weg, geen porno, geen externe prikkels. Dan begin je met masturberen. Je fantaseert over iemand die je leuk of aantrekkelijk vindt, maakt er een verhaal van in je hoofd. En op het moment dat er een erectie komt, stop je en wacht je tot je penis weer slap wordt. En begint dan opnieuw. Na tien minuten is de oefening klaar.
‘Een slappe penis is geen eindstation. Hij kan daarna gewoon weer stijf worden’
Zo leren mannen dat ze zelf kunnen fantaseren, zonder scherm, zegt Leusink. Maar nog belangrijker: ze ontdekken dat een slappe penis geen eindstation is. ‘Hij kan daarna gewoon weer stijf worden. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar daarop kunnen vertrouwen, dat is de basis.’
De focus van seks moet verschuiven van prestatie naar plezier, zegt Dewitte. ‘Zodra je het plezier centraal stelt, de nadruk van het presteren haalt, volgt de rest vanzelf.’
Alhoewel, volgens Van Tricht zijn mannen er dan nog niet. Hij zegt: om weer te gaan voelen, moeten mannen dingen doen waar ze misschien doodsbang voor zijn, zoals vragen stellen, communiceren, kwetsbaar zijn.
De erectie die bij veel mannen uitblijft, is volgens hem een signaal. Jongens verlangen eigenlijk naar iets anders dan gedwongen hardheid. ‘Rust, verbinding, kwetsbaarheid, passief mogen zijn, onzeker mogen zijn’, zegt Van Tricht. ‘Het is zo’n groots thema, het raakt aan alles. Tegelijkertijd kun je het concreet en klein maken, bijvoorbeeld door na te gaan wat je beeld van mannelijkheid is.’
En Bibi? Zij denkt nog weleens aan Marcello. ‘Dat hij geen erectie kreeg, kon me niks schelen. Ik zag gewoon een superleuke jongen en had gehoopt dat we er samen over hadden kunnen praten.’
Laura Kemp (1988) is antropoloog en redacteur bij Vrij Nederland. Ze schrijft over zeitgeist en cultuur. Vanwege privacy-redenen zijn de namen van Bibi en Marcello gefingeerd.



Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.