Een zeer bijzondere situatie, zo omschreef Rijkswaterstaat de lange periode zonder regen vorige week nog in de Droogtemonitor. Maandenlang regende het een stuk minder dan normaal. Zelfs na de neerslag van deze week, is het tekort nog erg hoog. ‘We begonnen het groeiseizoen al met een achterstand’, zegt Karin van der Wiel, klimaatwetenschapper bij het KNMI. ‘Vorig jaar was het ook droog en de grondwaterstanden zijn in de tussentijd niet voldoende aangevuld. Als je buiten loopt, kun je de gevolgen overal zien.’
Ze doelt op de natuur, die het zichtbaar moeilijk heeft. Grasvelden kleuren geel, bomen laten hun bladeren vallen. Plassen en beekjes staan droog. Ook boeren en schippers ondervinden hinder van de droogte. Akkerbouwers kunnen hun gewassen niet of minder besproeien en vaste vaarroutes van de binnenvaart zijn door de lage rivierstanden gestremd.
Ondanks het natte weer van deze week zijn de problemen nog lang niet voorbij. Het Nederlandse watersysteem is gericht op het snel afvoeren van water, en te weinig op het vasthouden ervan. En dat terwijl we tijdens droge momenten al het beschikbare water juist goed kunnen gebruiken.
Is Nederland dan eigenlijk wel voorbereid op langdurige periodes van droogte?
Heldere prioriteiten
Het onder zeeniveau gelegen Nederland staat te boek als land dat doorgaans vecht tegen te véél water. Maar ook op het gebied van droogtebestrijding hebben we inmiddels een aardig track record opgebouwd. Het jaar 1976 is berucht, met het hoogste neerslagtekort ooit gemeten. Ook 2003, 2018 en 2022 waren extreem droog.
Om getouwtrek om schaars water in droge periodes te voorkomen, heeft Nederland inmiddels de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) opgericht, het orgaan dat officieel een tekort afkondigt in tijden van grote waterschaarste. Die commissie bestaat uit afgevaardigden van onder meer Rijkswaterstaat, het KNMI en de waterschappen en komt alleen samen als er een periode van aanhoudende droogte dreigt.
‘Officieel is er nog geen crisis, maar de voortekenen zijn er wel degelijk’
Het LCW hanteert drie zogeheten opschalingsniveaus: een dreigend watertekort, een feitelijk watertekort en een nationale crisis. Sinds juli geldt een feitelijk watertekort. ‘Officieel is er dus nog geen crisis’, zegt Michiel Pezij, droogte-specialist bij adviesbureau HKV. ‘Maar de voortekenen zijn er wel degelijk.’
Tijdens momenten van waterschaarste volgt de LCW een duidelijke procedure, legt Pezij uit. De kern daarvan is de zogeheten verdringingsreeks, een prioriteitenlijst voor de beschikbaarheid van zoet water. Bovenaan de lijst staan het veiligstellen van dijken en funderingen die niet droog mogen vallen, en het voorkomen van onomkeerbare natuurschade. Een trede daaronder staat de beschikbaarheid van energie en drinkwater. Onderaan de prioriteitenlijst staan de scheepvaart, landbouw en waterrecreatie.
De verdringingsreeks helpt de LCW tijdens periodes van droogte te bepalen welke sectoren tijdens een watertekort als eerste worden ‘afgekoppeld’. ‘Dat zijn vervelende besluiten om te moeten nemen’, zegt Pezij. ‘Maar helaas zijn ze wel noodzakelijk. Er gelden nu beregeningsverboden voor de landbouw, en ook de binnenvaart is getroffen omdat bepaalde sluizen gesloten moeten blijven. Die bij Eefde bijvoorbeeld, waardoor het Twentekanaal op slot zit. Maar mede daardoor hebben we nog wel voldoende zoet water voor vitale en kwetsbare functies zoals het nathouden van dijken.’
Om afkoppelen te voorkomen, doen de waterschappen er alles aan om zoveel mogelijk sectoren wél van water te blijven voorzien. Dat begint al in de wintermaanden, door grotere voorraden aan te leggen. Sinds de droogte van 2018 hanteert Rijkswaterstaat bijvoorbeeld een flexibel waterpeil in het IJsselmeer, de ‘nationale regenton’ van Nederland. Daardoor kan het meer iets voller staan in aanloop naar de zomer en zo een grotere buffer vormen.
Droge periodes zullen vaker voorkomen
Tijdens periodes van droogte, wanneer er geen water meer bijkomt, worden de waterschappen creatief. ‘Dan proberen ze het nog beschikbare water zo goed mogelijk te gebruiken’, zegt Pezij. ‘Bijvoorbeeld door gezuiverd rioolwater in te zetten om de natuur te ondersteunen. Maar de kwaliteit daarvan is niet zodanig dat het overal gebruikt kan worden.’ En de rek is nu zo langzaamaan ook wel een beetje uit de creatieve oplossingen, stellen de waterschappen.
Het nieuwe normaal
Warmer weer is een duidelijk symptoom van klimaatverandering. Door fossiele brandstoffen te verbranden neemt de temperatuur op aarde toe en krijgen we vaker met extreme weersomstandigheden te maken. Wat dat betreft ziet de toekomst er niet rooskleurig uit, zegt Van der Wiel. ‘We verwachten dat de zomers warmer worden, waardoor meer water verdampt. Tegelijk neemt de neerslag waarschijnlijk verder af. Dat is dus aan twee kanten ongunstig.’
Droge periodes zullen dus vaker voorkomen, en misschien zelfs het nieuwe normaal worden. In het zwartste toekomstscenario van het KNMI, waarin klimaatverandering onverminderd doorzet, vormt de droge periode van nu een blauwdruk voor een gemiddelde zomer rond het jaar 2100. ‘En daar komen de uitschieters dan nog bovenop’, zegt Van der Wiel.
Nederland is niet goed voorbereid op die toekomst, zegt droogte- en grondwaterspecialist Perry de Louw van Deltares. ‘We hebben het grondwatersysteem structureel te leeg gepompt. Je kunt ons landschap vergelijken met een vergiet; er zijn enorm veel slootjes gegraven die water snel afvoeren. Daardoor is het systeem eigenlijk lek. Dat merk je tijdens periodes van droogte.’
Dat het systeem lek is, weten we volgens De Louw al veertig jaar. Maar omdat verschillende sectoren totaal andere eisen stellen aan het grondwater, is het moeilijk om tot structurele veranderingen te komen. ‘De landbouw wil bijvoorbeeld in het voorjaar een lage grondwaterstand, terwijl de natuur gebaat is bij hoge grondwaterstanden. En daar fietst de drinkwatervoorziening dan ook nog eens doorheen. Het vergt moedige bestuurlijke keuzes van waterschappen en provincies om noodzakelijke veranderingen in het watersysteem en watergebruik door te voeren.’
Ondanks de regen van deze week kampt Nederland nog altijd met watertekorten
Liever zouden we ons landschap als spons inrichten, zegt De Louw. Eén die zich volzuigt tijdens natte periodes en water vasthoudt voor momenten dat het droog is. Dat kan door sloten te dempen of ze minder diep te maken, zodat water langzamer wordt afgevoerd. Maar ook dat heeft een nadeel. Naast langere periodes van droogte leidt klimaatverandering ook tot een grotere kans op extreme regenbuien, zoals we enkele jaren geleden in Valkenburg zagen.
Een heel droge periode kan dus snel worden gevolgd door een heel natte periode. Je kunt daarom niet oneindig veel water opslaan voor droge periodes, omdat het systeem dan bij één extreme regenbui compleet kan overstromen. Zover is het voorlopig nog niet. Ondanks de regen van deze week kampt Nederland nog altijd met watertekorten.
Het moet de komende weken bovengemiddeld gaan regenen voordat we weer uit de gevarenzone komen, schrijft Rijkswaterstaat. ‘Klimatologisch staan de rivieren nog niet eens op hun laagst, dus het peil van de Rijn kan nog lager zakken dan nu’, zegt Van der Wiel (KNMI). ‘Voordat de grondwaterreserves zijn aangevuld, zijn we minimaal een seizoen verder. We zullen dus nog wel een tijdje met droogte te maken hebben.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.