25 jaar geleden, op 1 april 2001, schrijft de Amsterdamse burgemeester Job Cohen namens Nederland wereldgeschiedenis als hij kort na middernacht en onder toeziend oog van de internationale pers vier homostellen in de echt verbindt. Dertien jaar lang hadden vier verschillende kabinetten er over gesteggeld, maar nu waren de eerste homohuwelijken een feit. Van de BBC tot CBS, overal wordt Nederland geroemd om haar liberale, tolerante en vooruitstrevende houding.

Het koppel Hélène Faasen en Anne-Marie Thus herinnert het zich als de dag van gisteren. ‘Voor ons was het huwelijk het sluitstuk van jarenlange strijd. We werden niet langer als tweederangsburgers behandeld. Trouwen was heel lang ondenkbaar. Nu leek de finish van de homo-emancipatie bereikt.’

bevrijding

Wat volgde, was een periode van bevrijding. Het openstellen van het burgerlijk huwelijk voor homokoppels opende een nieuwe wereld. Relaties tussen mensen van gelijk geslacht vielen vanaf nu volledig onder het civiel recht. Echtgenoten van gelijk geslacht kregen het recht om gezamenlijk een kind te adopteren. ‘Het zorgde voor zichtbaarheid in het sociale leven en acceptatie van homo’s en lesbiennes. Ik kon praten over mijn echtgenoot in plaats van alleen maar mijn vriendin en je kon hand in hand over straat’, zegt Hélène Faasen.

Het homohuwelijk dat formeel universeel huwelijk heet, was een doorbraak en motor voor de emancipatie. Het voorbeeld van Nederland kreeg navolging in 35 landen. De tolerantiegrens schoof op, met als voorlopig hoogtepunt een openlijk homoseksuele premier, en leidde in de loop der jaren tot allerlei verworvenheden.

Waar de emancipatiestrijd eind jaren tachtig vooral homo’s en lesbiennes betrof, heeft de beweging zich langzaam maar zeker uitgebreid naar de brede lhbtiqa+-gemeenschap. De binaire wereld van mannen en vrouwen maakte plaats voor een regenboogwereld waarin non-binaire personen de m/v in hun paspoort kunnen laten veranderen in x. In ziekenhuizen en andere publieke gebouwen verschijnen steeds meer genderneutrale wc’s. Op middelbare scholen wordt jaarlijks Paarse Vrijdag gevierd, en in de omroepberichten in de trein hebben conducteurs ‘Beste dames en heren’ vervangen door ‘Beste reizigers’. Kleine veranderingen, grote symbolen.

‘De tijd van achterover leunen en genieten van wat er is bereikt is voorbij. We moeten weer strijden voor onze rechten’

En toch, stellen de strijders van het eerste uur, kunnen we nu 25 jaar later vaststellen dat het homohuwelijk niet het eindpunt maar het beginpunt was van een strijd die nog lang niet gestreden is. Homohaat leeft op, alsook de weerstand tegen alles wat woke is. Kranten staan er vol van. Cijfers tonen tolerantie, maar de praktijk toont toenemend geweld. Ook Faasen en Thus voelen dat zo: ‘De tijd van achterover leunen en genieten van wat er is bereikt is voorbij. We moeten weer strijden voor onze rechten, de barricade op.’

Dubbele werkelijkheid

Die dubbele werkelijkheid – vooruitgang én weerstand – herkent ook Philip Tijsma, woordvoerder van belangenorganisatie COC Nederland. Hij ziet twee ontwikkelingen. ‘Aan de ene kant is de groep Nederlanders die positief tegenover de regenbooggemeenschap staat groot, en die groeit nog steeds.’ Zo laat de Lhbtiqa+-Monitor uit 2024 zien dat 86 procent van de Nederlanders homoseksuelen en lesbische personen accepteert, 71 procent transgender personen en 72 procent intersekse personen. Daarnaast neemt het aandeel van de Nederlandse bevolking dat een positieve houding heeft ten opzichte van seksuele en genderdiversiteit alleen maar toe.

Anderzijds ziet Tijsma een groep die alsmaar bozer, harder en gewelddadiger wordt. Het aantal incidenten van fysiek geweld, bedreigingen, seksuele delicten en online haat tegen de lhbtiqa+-gemeenschap neemt toe. Eén op de vier homoseksuele mannen en vrouwen ervaart vaak of soms respectloos gedrag door onbekenden op straat, blijkt uit de Veiligheidsmonitor van het CBS uit 2025. De Lhbtiqa+-Monitor toont daarnaast dat deze groep gemiddeld een lagere zelfwaardering, veerkracht en regie ervaart dan heteroseksuele mensen.

 

41 procent van de jongeren vindt dat je niet gelijkwaardig bent wanneer je een andere seksuele voorkeur hebt

Nog zorgwekkender is het gebrek aan acceptatie onder jongeren. Uit een recent rapport van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat 41 procent van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar vindt dat je niet gelijkwaardig bent wanneer je een andere seksuele voorkeur hebt, vertelt hoofdonderzoeker Nikki Dekker. ‘Over concrete opvattingen – genderneutrale toiletten, Paarse Vrijdag – scoren jongeren conservatiever dan over abstracte rechten zoals zelf bepalen op wie je verliefd wordt.’

Voor scholier Juup Nulle (18 jaar), die zich inzet voor Paarse Vrijdag op het stedelijk gymnasium in Breda, is dat geen verrassing: ‘Ik kan nu hand in hand met mijn vriend lopen maar het is niet altijd vanzelfsprekend. In Nederland hangt het sentiment dat we hier alles mogen en kunnen. Maar dat is niet zo. Ik ben gepest op school, en dan krijg ik verbaasde reacties. Mensen denken: “Dat kan toch niet, in Nederland, anno 2026?” Maar het gebeurt wel.’

pridevlag

En dus passen lhbtiqa-plussers zich aan. Ze zijn zich veel bewuster van wat ze wel of niet doen in het openbaar, blijkt ook uit de Lhbtiqa+-Monitor uit 2024. Floris Burgers, eigenaar van een buurtcafé in Amsterdam, zag het van dichtbij: de Pridevlag die met trots aan zijn gevel wapperde, werd keer op keer naar beneden getrokken. ‘We hebben de vlag nu maar hoger gehangen, zodat dit niet meer gebeurt.’

Waar acceptatie in 2001 werd afgedwongen door middel van een wetswijziging, zie je nu het tegenovergestelde gebeuren. In juli 2025 werd de transgenderwet die geslachtswijziging op het paspoort nog makkelijker zou moeten maken, weer van  tafel geveegd. Transgenderzorg kent jarenlange wachtrijen, en een wet voor meerouderschap lijkt nog altijd vast te zitten in een conceptfase.

‘Er is natuurlijk meer wetgeving gekomen, maar er moet nog een hoop bij’, stellen Faasen en Thus. ‘Je kunt het ook weer verliezen, kijk maar hoe de rechten van vrouwen en abortus worden teruggedraaid in de Verenigde Staten.’

‘Ik ben dan wel een witte man, maar ik ben ook homoseksueel, en zet me in voor vrouwenrechten’

Daarbij, het draait niet meer alleen over het decriminaliseren en legaliseren van homoseksualiteit, de strijd heeft zich verbreed naar mensenrechten in het algemeen.
Lhbtiqa+, queer en BIPOC (black, indigenous, and people of colour) worden in één adem genoemd en gelijkerechtendemonstraties zijn intersectioneel geworden.

Sociale acceptatie en individuele vrijheid van alle gender- en seksuele identiteiten vormen de frontlinie van de strijd. ‘Ik ben dan wel een witte man, maar ik ben ook homoseksueel, en zet me in voor vrouwenrechten en alle mensenrechten zoals die van Palestijnen’, vertelt scholier Nulle. ‘Intersectionaliteit en inclusiviteit is niet een doorgeslagen droom, maar de basis van de rechten van de mens. Het huwelijk openstellen in 2001 heeft zeker wel een begin gemaakt, de strijd begint niet van nul, maar we moeten nu wel door.’

Dertien jaar en vier kabinetten

De strijd voor het homohuwelijk begon als een persoonlijke strijd van één man eind jaren tachtig. Aan de telefoon vertelt de Brabantse jurist Jan Wolter Wabeke uit Best hoe hij zijn vriend als begunstigde wilde laten opnemen bij zijn pensioenfonds. ‘De medewerker weigerde dat met als argument: dat kan alleen voor gehuwden.’

Dat was het startpunt van een juridische strijd voor het openbreken van het burgerlijk huwelijk, dat tot dan toe alleen voorbehouden was aan heterostellen. Wabeke ging op zoek naar een strategische bondgenoot en ontdekte bij toeval dat Henk Krol, eigenaar van de Gaykrant én politicus, die ook in Best woonde. ‘Een glas wijn in de achtertuin later was het besluit genomen: samen zouden we voor de openstelling van het burgerlijk huwelijk vechten.’

Dat ze een lange adem nodig hadden wisten ze wel. Verandering had tijd nodig. In de jaren tachtig vond ruim eenderde van de Nederlanders nog dat homoseksualiteit ‘nooit of bijna nooit gerechtvaardigd’ is. Het zou in totaal dertien jaar en vier kabinetten duren voordat de wetswijziging er doorheen kwam.

In 2001 was het zover. Ook Wabeke zelf trouwde dat jaar met zijn vriend. Als hij dan opnieuw het pensioenfonds belt, krijgt hij dezelfde stem aan de lijn. Alleen ziet de wereld er nu heel anders uit.