Het is een vroege ochtend in april. Schuin tegenover het gerenoveerde station van Antwerpen staan dagjesmensen in de rij voor de dierentuin. Op het stationsplein worden de laatste onderdelen van kermis-attracties van opleggers geladen. Voor de poorten van de Koningin Elisabethzaal staat slechts één politieauto, de agenten scrollen loom op hun telefoon door Instagram. Groepen actievoerders uit andere delen van het land lopen vanuit het station rechtstreeks de zaal binnen.

Niet veel later betreedt onder aanvoering van de pedel (een soort universitaire ceremoniemeester) een keur aan professoren de concertzaal. Het is voor het eerst dat de universiteiten van Brussel, Gent en Antwerpen samen een eredoctoraat uitreiken. Een symbolisch gebaar? Zeker, maar dat is volgens de universiteiten juist belangrijk in turbulente tijden waarin internationale verdragen waardeloos lijken en mensenrechten voortdurend worden geschonden.

Wanneer het publiek de tengere jurist Francesca Albanese ontwaart tussen de toga’s klinkt er applaus, gejoel. ‘Free, free Palestine!’ galmt het door de zaal. De rector van de Universiteit Antwerpen, Herwig Leirs – een bioloog die er ook zo uitziet – mag de spits afbijten. ‘Wij zien hoe de rechten van mensen overal ter wereld geschonden worden en wij willen ons daartegen verzetten’, zegt hij. De spanning in de zaal stijgt. Veel van zijn studenten voeren nog altijd actie tegen de academische samenwerking met Israëlische universiteiten. Leirs benadrukt dat het eredoctoraat geen veeg uit de pan is richting de Joodse gemeenschap en dat het niet gericht is tegen de staat Israël.

Als Albanese aanschuift voor een interview op het podium dient Leirs’ kersverse eredoctor hem van repliek. ‘Ik denk dat we niet kunnen zeggen dat dit niet tegen Israël is’, zegt ze. ‘Israël is een apartheidsregime. En het is verbazingwekkend dat deze eer samenvalt met een rechtvaardiging richting de Joodse gemeenschap. Niemand zou zich bedreigd moeten voelen door iemand die de mensenrechten voorstaat.’ De toon is gezet.

Albanese noemt Palestina een open wond in onze samenleving. ‘Als Europeaan voel ik mij gesterkt door de veranderingen die we nu zien. Het is belangrijk om vanuit België, ook vanwege de enorme koloniale schaduw die over dit land hangt, een signaal af te geven. Wij hebben de kans om het als Europeanen anders te doen, om af te rekenen met het verleden. Ik begrijp heus wel dat het hart sneller verandert dan de instituties. Maar we moeten inzien dat het Europees recht niet kan worden gebruikt om apartheid en genocide te rechtvaardigen, noch onze verplichting kan opheffen om daar iets aan te doen. Samenwerking met alles wat ook maar enigszins te maken heeft met het apartheidsregime is verkeerd en moet daarom worden gestopt.’

Er klinkt, ook onder de professoren op de eerste rij, een luid applaus. De zaal leeft op. Eindelijk iemand die niet met meel in de mond spreekt.

Tijdens het interview op het podium neemt Albanese de regie over. Ze bedankt de studenten die, net als in Nederland, de afgelopen jaren hun universiteiten hebben bezet. Het is volgens haar misschien wel het enige lichtpuntje, dat een jongere generatie zich roert. ‘Dat optimisme, drijft u dat?’, krijgt ze als vraag. ‘Nee, mijn drijfveer is woede’, zegt Albanese als gebeten.

‘Wat Israël na 7 oktober 2023 in Gaza is begonnen, kun je niet kwalificeren als een militaire operatie. Natuurlijk is het een genocide. Burgers zijn het doelwit. Er zijn scholen, kerken en moskeeën verwoest. Als je naar de geschiedenis kijkt, is dat niet nieuw, het gebeurde in 1947, in 1948, in 1949. En in 1967 bezette Israël de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en Gaza, en gebeurde het opnieuw. We zien dat Palestijnen etnisch gezuiverd worden. En ik begreep toen in die eerste weken al dat deze gewelddadige aanval op Gaza het begin van het einde voor de Palestijnen zou zijn, tenzij Israël wordt gestopt.’

1,4 miljoen volgers

Francesca we love you!’, roept een oudere Vlaming vanaf het balkon. Behalve het universitaire publiek zitten er vooral fans van Albanese in de zaal. Ze herkennen zich in haar felle bewoordingen, ze voelen de hypocrisie waar ook het Westen in grossiert. Albanese heeft 1,4 miljoen volgers op Instagram. De 49-jarige jurist heeft een dik Italiaans accent, maar wie goed luistert, hoort een loepzuiver juridisch Engels. De Amerikaanse regering beschuldigt haar van antisemitisme en heeft haar op de sanctielijst geplaatst. Het heeft verstrekkende gevolgen. Ze kan geen bankrekeningen gebruiken, geen vliegtickets kopen. ‘Jullie snappen toch wel waarom ik gesanctioneerd ben? Ze willen dat ik zwijg zodat jullie gewoon in jullie Truman-show kunnen blijven leven.’

Over Albanese

De Italiaanse mensenrechtenadvocaat Francesca Albanese (1977, geboren in Campania) werd in 2022 benoemd tot speciaal rapporteur voor de bezette Palestijnse gebieden nadat ze tien jaar lang als adviseur bij verschillende onderdelen van de Verenigde Naties had gewerkt. Eerder studeerde ze rechten aan de Universiteit van Pisa, en in Londen. Tot vorig jaar had ze een onderzoeksrol bij de Georgetown University in Washington, een positie die onhoudbaar werd door de Amerikaanse sancties tegen haar.

Danny Dalon, de Israëlische VN-ambassadeur, noemde haar bij de presentatie van een onderzoeksrapport een heks. ‘U bent een heks, en met dit rapport probeert u Israël met haat en leugens te besmeren.’ Vorig jaar zou Albanese tijdens een officieel bezoek in gesprek gaan met de Tweede Kamercommissie Buitenlandse Zaken. Die uitnodiging werd op het laatste moment ingetrokken, ook toenmalig minister Caspar Veldkamp weigerde een gesprek.

Haar critici beschuldigen haar van antisemitisme. ‘Het regent dat soort beschuldigingen als confetti’, zegt ze daar zelf over. ‘En dat is pijnlijk, want antisemitisme bestaat echt. Ik geef Israël echter geen speciale behandeling. Dat land moet zich net als elk ander land aan het internationaal recht houden.’

‘Palestina is een spiegel’, zegt Albanese dan. ‘Een test om te zien of universeel recht ook echt universeel is, of toch weer selectief. Of mensenrechten principes zijn, of privileges voor sommigen.’ Ze erkent dat het internationaal recht verre van perfect is, maar haalt hard uit naar de politici die het te gronde richten. Heel even kijkt ze op van haar speech, naar de drie rectoren op de eerste rij. ‘Ik ben blij dat jullie mij verwelkomen in jullie academische gemeenschap’, zegt Albanese. ‘Ik hoop niet dat jullie daar nu al spijt van hebben’.

Later op de dag, als de eerste bezoekers de aula van de Universiteit Antwerpen aan de Kleine Kauwenberg binnenwandelen, zit Albanese in een kleine kamer naast het podium op de grond. Ze strekt haar rug tegen de radiator en loopt op haar laptop haar volgende speech na. ‘Zo krijg je een eredoctoraat, zo zit je op de grond. En zo hoort het ook, veldwerk moet je op de grond doen’, lacht ze. De notities zal ze niet gebruiken, ze doet haar lezingen uit het hoofd.

‘Ik krijg vaak te horen dat ik niet diplomatiek ben’, zegt ze tegen de studenten in een masterclass. ‘En dat is ook zo. Ik ben helemaal geen diplomaat. Die moeten zich voorzichtig uitdrukken, ik hoef dat helemaal niet’, zegt ze. ‘Anderen noemen mij een activist. Ach, ben ik dat? Het is beter een activist te zijn dan het tegenovergestelde. Dat je niets doet. Je kan niet niets doen als er zo veel kinderen om het leven komen.’

Zelf kan Albanese niet meer naar Israël of de Palestijnse gebieden, Israël heeft haar de toegang ontzegd. Ze doet haar werk op basis van getuigenissen en verslagen van mensenrechtenorganisaties. ‘Dat is absurd’, legt ze nog maar eens uit. ‘Er is bij de Verenigde Naties ook een speciaal rapporteur voor Afghanistan, en die mag van de Taliban gewoon het land in’. De functie is ook nog eens onbetaald. ‘Daar ben ik dan wel weer trots op, niemand kan mij verwijten dat ik dit doe om er een slaatje uit te slaan.’

Onophoudelijk schopt Albanese tegen heilige huisjes. Het christendom, de kerk, de universiteiten, het patriarchaat, de Epstein-files. Ze heeft het over een Jenga-toren die alleen instort als je er genoeg houtjes uit weet te trekken. ‘We zijn via onze telefoons getuige van een genocide, maar we doen niets. Het monster waar we tegen moeten vechten is onverschilligheid’, legt ze uit. Haar oproep tot actie resoneert tot achter in de zaal. ‘Ik ben de speciaal VN-rapporteur’, zegt ze met een glimlach. ‘Maar wel een héél speciale VN-rapporteur’.

https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-juni-2026/
Geen burenruzie

Het einde van de masterclass is misschien wel het moment waar de meeste studenten naar hebben uitgekeken. Er ontstaat een lange rij van mensen die haar nog iets willen zeggen, de hand willen schudden, een doosje chocolade willen overhandigen. Maar vooral zijn er honderden studenten die met haar op de foto willen. Ze gaat er moeiteloos mee om, studenten die worstelen met hun scripties spreekt ze bemoedigend toe, de actievoerders krijgen twee duimen omhoog. ‘Ze zeggen weleens dat wij onze toekomst lenen van onze kinderen, niet dat we het erven van onze ouders. Daar geloof ik oprecht in. Kunnen we gaan zitten? Ik ben uitgeput!’

Albanese op een muur in Milaan
Albanese op een muur in Milaan

Lang was het conflict tussen Israël en Palestina iets waar veel mensen zich niet over durfden uit te spreken. Ziet u dat veranderen?

‘We moeten oppassen het niet te versimpelen. Het is niet een kwestie van twee partijen die niet met elkaar kunnen opschieten, het is geen burenruzie. Het is een gedwongen en zeer gewelddadige vorm van samenwonen in een gebied. Als je het mij vraagt, zijn we daarover beter geïnformeerd dan ooit. Mensenrechten worden nu meer besproken dan vroeger, het maakt deel uit van ons leven, van het publieke debat. En je ziet dat nu, de afgelopen jaren, ook de Europeanen ineens beseffen wat het is als je geen rechten meer hebt. Die worden van je afgepakt als je probeert je uit te spreken tegen een genocide.’

‘Israël-Palestina is geen abstract debat meer, het gaat om mensenlevens’

Hoe bedoelt u?

‘Ik had altijd een enorm ontzag voor Duitsland. Ik dacht echt dat het land met het eigen verleden had afgerekend. Weet je, in Duitsland zie je Stolpersteine, die struikelstenen met de namen van de mensen die er vroeger woonden, daar was ik enorm van onder de indruk. Maar nu worden er vreedzame betogingen hard neergeslagen, worden er elke keer honderden mensen opgepakt. Sprekers worden uit Duitsland geweerd en mensen die zijn opgepakt bij demonstraties kunnen het land uit worden gezet. Allemaal om een ideologie te handhaven. Daar schrik ik nog steeds van.’

Hoe kan dat?

‘Israël-Palestina is geen abstract debat meer, het gaat om mensenlevens. Ik denk dat we hebben herontdekt wat mensenrechten echt betekenen. Ze zijn een vangnet, een zwaard, een schild. Maar je moet ze wel gebruiken. Het is niet voldoende om ze in verdragen of wetten vast te leggen of ze alleen aan universiteiten te onderwijzen. Je moet ze onderbouwen, je moet de daad bij het woord voegen.’

De wereld om ons heen lijkt steeds donkerder te worden.

‘De afgelopen dertig jaar is de wereld tussen ons – wij in onze Europese bubbel – en de rest van de wereld steeds poreuzer geworden. Er zijn veel migranten, veel vluchtelingen. Die mensen komen van plekken waar de duisternis de realiteit is. En die duisternis, de oorlogen, het komt steeds dichterbij. Ik ben ook uitgeput. Zowel vanwege de Russische invasie van Oekraïne als door wat er speelt in het Midden-Oosten. Wij zijn ons er meer van bewust en het kruipt ook echt dichterbij.’

Het valt me op dat u soms refereert aan dingen die grenzen aan complottheorieën. Dat we in een Truman-show leven, u heeft het over de Epstein-files, dat het eigenlijk bedrijven zijn die werkelijk de macht hebben, Jenga-torens die instorten…

‘Wacht even, wacht even. Ik heb een rapport geschreven over de medeplichtigheid van bedrijven en multinationals aan genocide. Daarom sta ik op die Amerikaanse sanctielijst. En jij zegt dat het een complottheorie is? Natuurlijk heeft dat met elkaar te maken. Multinationals zijn bang voor een boycot, als klanten hun goederen en diensten links laten liggen, verliezen ze hun invloed. En daarmee hun inkomsten. Dat is toch geen complot? Wat is dit eigenlijk voor een interview? Het lijkt heel erg op zo’n interview waarin een journalist vriendelijk is en keurige vragen stelt, maar eigenlijk een agenda heeft, niet soms?’

Francesca Albanese

Nee, echt niet.

‘Goed. Luister, ik gebruik metaforen om duidelijk te maken wat ik bedoel. De Jenga-toren kent iedereen, als je er genoeg stukjes hout uittrekt, stort die in. Dat is wat er gebeurt met een bedrijf als Airbnb wanneer mensen het gaan boycotten omdat het adverteert met vakantiewoningen in de bezette Palestijnse gebieden. Dat zou een enorme schok zijn, en uiteindelijk passen ze zich aan, want het draait uiteindelijk allemaal om geld.

‘De Epstein-files, kijk eens wat die hebben blootgelegd. Het gaat om een netwerk van mensen met macht die kinderen in de prostitutie hebben gedwongen. Wat daaruit volgt, is gigantisch, voor bedrijven, voor mensen met geld, voor alle politici die contacten hadden met Epstein. Daar hebben we het echt te weinig over. Zelfs in de context van Israël-Palestina speelt dat een rol. De diplomaten die over de Oslo-akkoorden met Israël onderhandelden, komen erin voor.

‘Ik geloof echt dat wat vandaag onmogelijk lijkt morgen kan veranderen’

‘Zijn dat complottheorieën of dwingen ze ons na te denken over wat er daadwerkelijk speelt in onze wereld? Je kan misschien zeggen dat ik niet heel veel juridisch jargon gebruik. Dat geef ik toe, ik refereer aan popcultuur. Maar ik schrijf ook heel droge, technische, juridische verslagen. Ik kan hier in Antwerpen ook de speeches voorlezen die ik bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties geef, maar dan valt de helft van de zaal in slaap. Daarom doe ik het zo.’

Helpt het om daar op die manier over te spreken?

‘Ik denk van wel, anders zou ook de reactie niet zo overweldigend zijn. Dat ik hier vandaag ben, heeft alles te maken met de druk die de studenten op dit soort universiteiten hebben opgevoerd. Dat ik hier deze lezingen kan geven, dat ik niet één, maar zelfs drie eredoctoraten krijg terwijl ik eerder verguisd werd, sterkt mij in de overtuiging dat het zo moet. Ik geloof ook echt dat wat vandaag onmogelijk lijkt morgen kan veranderen, als we dat willen.’

En wat als dat niet gebeurt?

‘Dan zal die duisternis de status quo worden. We zitten midden in een krachtmeting. De reden dat de Verenigde Staten zich zo opstellen, dat ze zo veel landen, organisaties en individuen onder druk zetten, is dat ze zelf economisch gezien in een lastig pakket zitten. Ze proberen er een nieuwe orde door te drukken, een equilibrium dat gunstiger voor ze is. Daarom zie je oorlogen, tarieven, alles. Er zijn veel mensen die daar een enorme prijs voor betalen, van de havenarbeiders die staken tot de academici die worden ontslagen. Die krachtmeting is echt en er staat echt iets op het spel.’

U bent zelf een soort symbool geworden, een idool voor veel mensen.

‘Het heeft een beetje een vlucht genomen, alles wat je zegt of doet gaat een eigen leven leiden. Het is soms wat bevreemdend, maar ik ben een praktisch persoon. Dat moet je zijn als jurist. Het is belangrijk om je te blijven realiseren dat het niet om jou draait. Ik noem mijzelf niet pro-Palestijns. Dat kan al snel worden uitgelegd alsof je daarmee tegen de Israëliërs bent. Ik denk dat de Israëliërs, op hun eigen manier en met hele andere middelen, net zo goed slachtoffer zijn van het apartheidssysteem. Beide bevolkingsgroepen zitten daarin gevangen. Het ene volk als slachtoffer, het andere met veel meer keuze, al vraag ik me soms af of ze dat beseffen.

‘Als ik ergens sta, dan sta ik voor mensenrechten, voor gerechtigheid. Hoe voel ik mij daarbij? Behoorlijk goed, al zijn de gevolgen groot. Weet je, het is wat het is. Het is een gevecht, en dan moet je blijven strijden.’

Olaf Koens (1985) is schrijver en journalist. Hij werkt als recensent voor De Standaard der Letteren en De Volkskrant. Ook is hij correspondent voor RTL Nieuws, met de afgelopen vijftien jaar Moskou, Tel Aviv, Istanbul en nu Brussel als standplaats.