Ik zwem graag. Het heeft iets geruststellends: het water, het heen en weer bewegen, de regelmaat. Na afloop altijd hetzelfde ritueel: douchen, afdrogen, aankleden en dan – elke zwemmer is er bekend mee – de voeten die nog net te vochtig zijn om soepel door de broekspijp te glijden. Ik stond altijd te trekken aan de stof terwijl ik mijn balans probeerde te houden op één been. Tot ik iemand het anders zag doen. Eerst sokken aantrekken.
Het voelt tegennatuurlijk. Sokken vóór je broek. Maar het werkt. Eindeloos gepruts verandert in een handeling die slechts een paar seconden duurt. Al die tijd draaide het niet om de inspanning, maar om de volgorde.
Dat patroon zie je overal zodra je erop let.
In het VN-rapport State of Finance for Nature stond begin dit jaar een simpele rekensom. Voor elke dollar die de wereld investeert in het beschermen of herstellen van de natuur, gaan er 33 naar activiteiten die haar vernietigen. In absolute termen: 220 miljard aan herstel, 7,3 biljoen aan vernietiging. Overheden dragen daar zelf ruim 2 biljoen aan bij via subsidies voor fossiele brandstoffen, intensieve landbouw en wegenaanleg. We betalen massaal voor wat we zeggen te willen afbouwen en laten het herstel over aan een markt die er nauwelijks brood in ziet.
Dat is geen financieringsgat, zoals we dat graag noemen, maar een keuze.
Zolang vernietiging meer oplevert dan herstel, werkt elke poging tot natuurherstel tegen zichzelf in. We moeten eerst de vernietiging stoppen, pas dan heeft herstel kans van slagen.
Vernietiging is winstgevend, herstel is dat niet
Op dit moment levert een bos afbranden voor sojaland geld op. Datzelfde bos laten staan is niet winstgevend. Waarde die niet ergens op een f inanciële balans te zetten is, wordt niet opgemerkt door onze economie. De econoom John Kenneth Galbraith beschreef hoe rijke samenlevingen private rijkdom creëren door kosten af te wentelen op de gemeenschap. Het bos staat niet op de balans. De soja wel. Vernietiging is winstgevend, herstel is dat niet.
Subsidies die vernietiging goedkoper maken zijn geen aberratie: ze zijn het gevolg van een verkeerde volgorde. We bouwen aan herstel terwijl de sloop nog gaande is.
Ondanks groene subsidies, klimaatdoelen en duurzaamheidsakkoorden, betaalt Europa via het landbouwbeleid nog altijd tientallen miljarden aan intensieve veehouderij en bio-industrie. De onderliggende geldstromen veranderen niet. We trekken aan de broekspijp van de transitie terwijl we de sok zijn vergeten.
Die sok is dus niet méér groen geld (het gaat niet om de inspanning!), maar het verbieden van vernietiging. Geen bossen meer afbranden voor sojaland, minder intensieve veehouderij, fossiele subsidies afschaffen. Want zolang de verhouding 33 tegen 1 blijft, zwemt elke investering in herstel tegen de stroom in.
Eerst de sok.
https://www.vn.nl/product/vrij-nederland-april-2026/
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.