Stel, u zit op een zonnig terras. Koud bier in de hand. De wereld voelt even overzichtelijk. Alleen: vernietigt dat biertje, economisch gezien, heel veel maatschappelijke waarde.
Dat klinkt flauw. Waarom die bierdrinker daar nu mee lastig vallen? Nou, omdat dat is wat je ziet als je de hele rekening opmaakt.
Heineken verkoopt elk jaar miljarden liters bier. De winst gaat naar de aandeelhouders. De levercirrose, de verkeersongelukken, de verslavingszorg, die gaan naar de rest. De kater staat nergens op de balans. En dus lijkt Heineken een gezond bedrijf. Want de cijfers kloppen. Zolang je maar niet alles meetelt.
Dit is de architectuur van ons economisch systeem. Ook als je tankt, als je het vliegtuig neemt: het geld dat jij betaalt, is minder dan wat het de samenleving kost, terwijl bedrijven miljardenwinsten maken.
80 procent van de financiële waarde van bedrijven wordt gecreëerd ten koste van de samenleving
Afgelopen week verscheen de DAX-AEX Futureproof Index, een berekening van de werkelijke waardecreatie van 52 grote beursgenoteerde bedrijven in Nederland en Duitsland. De uitkomst is zo schokkend dat het de pers nauwelijks haalt: 80 procent van de financiële waarde van deze bedrijven wordt gecreëerd ten koste van de samenleving. Anders gezegd, van elke verdiende euro wordt er voor 80 eurocent schade toegebracht aan mens en natuur.
En dan vind ik dit onderzoek eigenlijk nog best coulant. Opvallend coulant.
De onderzoekers tellen namelijk alles bij elkaar op. Financiële winst, sociale waarde, ecologische schade. Dat betekent dat een bedrijf dat 10 miljard winst maakt voor zijn aandeelhouders en voor 9 miljard natuur vernietigt, volgens deze methode nog steeds toegevoegde waarde creëert. Volgens deze logica mag een bedrijf dus eerst de wereld beschadigen, zolang de winst voor de aandeelhouders maar groot genoeg is.
Dat is een politieke keuze, verpakt als rekenmethode. Want die verrekening kan alleen bestaan dankzij de beperkte aansprakelijkheid van aandeelhouders: zij draaien nooit op voor de schade. De aandeelhouder incasseert het dividend. De burger zit met vervuilde grond en grondwater. Die twee kunnen niets onderling verrekenen. De winst is privé. De schade is van iedereen.
Terwijl delen van de wereld onleefbaar beginnen te worden, verdiende Shell afgelopen kwartaal opnieuw miljarden aan olie en gas. Analisten spraken van sterke resultaten, even voorbijgaand aan de vraag hoeveel van die winst simpelweg te danken is aan een geopolitieke crisis. Maar Shells score is nog veel negatiever. Zelfs als je de financiële winst volledig laat meetellen als compensatie voor maatschappelijke schade, is de balans zwaar negatief. De schade is zo groot dat geen enkel winstcijfer haar dekt.
We hebben een systeem gebouwd waarin de winst privé is en de kosten collectief
Het hoeft ook niet zo. Sommige sectoren ontsnappen eraan. Gezondheidszorg en dienstverlening scoren juist goed: daar gaat waardecreatie samen met beperkte ecologische schade. Maar energie, materialen en transport zitten structureel aan de verkeerde kant. En de scores verslechteren, omdat de bedrijven die het hardste zouden moeten veranderen het langzaamste bewegen. De echte prijs van een ton CO2, rekening houdend met toegenomen schade, ging van 206 naar 312 euro. Uitgesteld handelen wordt duurder. Dat staat nu ook in de cijfers.
We hebben staal nodig. We hebben energie nodig. Ik beweer ook niet anders. Maar we hebben een systeem gebouwd waarin de winst privé is en de kosten collectief. Soms subsidieert de belastingbetaler de winst zelfs, terwijl de schade bij iedereen terechtkomt.
Dat heet externaliseren. En wij noemen het de markt. Misschien snapt de markt het uiteindelijk zelf. Alleen is ‘uiteindelijk‘’ zelden op tijd.
Dus geniet straks van dat biertje op het terras. Alleen drinken we niet op welvaart. We drinken op een rekening die nooit bij de aandeelhouder belandt.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.