Zoals velen ben ik al een tijdje aan het prutsen met AI. Literatuur samenvatten, data-analyse, sparren over teksten. Soms gaat het supersnel. Soms voor geen meter.
Meer dan andere technologieën brengt AI verwarring. Ik liet een column van mezelf uit 2019 door een AI-detector halen. Conclusie: waarschijnlijk met AI geschreven. Dat zegt misschien meer over hoe AI schrijft dan over hoe ik schrijf, maar het zette me wel aan het denken. Wat is eigenlijk nog een eigen stem? Of wordt alles één grote brei met meer van hetzelfde?
In de wetenschap zie je het ook al terug. Een recent in het tijdschrift Nature gepubliceerd onderzoek, gebaseerd op 41 miljoen academische artikelen, laat zien dat wetenschappers met AI drie keer zo veel publiceren, maar dat de wetenschap als geheel smaller wordt. Minder onderwerpen, minder samenwerking. En minder nieuwigheden. Wat als innovatie wordt gepresenteerd, is eigenlijk een wankele, op waarschijnlijkheden gebaseerde logica.
Dit hoor je niet van de AI-goeroes. Sam Altman van OpenAI beweert dat AI binnen twee jaar vrijwel elke kantoorbaan overneemt. Dario Amodei van Anthropic verwacht dat AI binnenkort de meeste wetenschappelijke ontdekkingen doet. Satya Nadella van Microsoft spreekt over een nieuwe industriële revolutie. Alleen deze keer sneller, groter.
Elke keer denk ik: dit heb ik eerder gehoord.
https://www.vn.nl/auteur/hans-stegemanOpenAI geeft structureel meer uit dan het verdient. Anthropic ook. Het businessmodel dat de astronomische investeringen moet rechtvaardigen, bestaat nog niet. Dus moeten de verwachtingen hooggespannen blijven, anders droogt de financiering op.
Bombastische claims zijn nodig om beleggers aan te trekken. Reclame voor aandeelhouders en investeerders.
De AI-bubbel houdt zichzelf in stand zolang de volgende investering binnenkomt
Wie nu de standaard zet, bepaalt straks de infrastructuur. Google, Microsoft, Amazon, Anthropic, OpenAI: ze bouwen niet alleen producten, ze bouwen afhankelijkheden. Bedrijven, overheden en universiteiten die nu instappen, worden klanten voor decennia. De hype is dus een vorm van ordinaire landroof. Marktmacht verwerven onder het mom van innovatie, gefinancierd door beleggers die hopen dat de monopoliewinsten van morgen hun verliezen van vandaag goedmaken.
De Delftse econoom Servaas Storm noemt dit gedrag treffend ‘Russells theepot’. De Britse filosoof Bertrand Russell schreef ooit: als ik beweer dat er een porseleinen theepot in een baan om de zon draait, ergens tussen de aarde en Mars, kan niemand dat weerleggen. Maar dat maakt de bewering nog geen waarheid.
Altman en Amodei maken precies zulke claims. Over twee jaar kan AI dit, over vijf jaar kan AI dat. Onweerlegbaar, want de toekomst is nog niet geweest. En wie rekent hen daar over twee jaar op af? Tegen die tijd zijn er weer nieuwe claims. De bubbel houdt zichzelf in stand zolang de volgende investeringsronde maar binnenkomt.
Hallicunaties opruimen
Voordat iemand denkt dat ik mijn eigen gepruts uitvergroot tot een mislukte revolutie: er is wel degelijk iets aan de hand, alleen iets anders dan er wordt beweerd.
Banen verdwijnen geruisloos. Beginnende werknemers in werkvelden die het meest door AI worden beïnvloed, zien een werkgelegenheidsdaling van 15 tot 16 procent. De machtspositie van arbeid erodeert, kapitaal wint. Precies wat we al veertig jaar zien: AI versnelt het slechts.
Ondertussen blijft de grote productiviteitssprong uit.
AI is geweldig op taakniveau. Onderzoek bij programmeurs laat zien dat AI-tools de individuele output sterk verhogen. Maar een organisatie is geen optelsom van losse taken. Een organisatie bestaat uit processen, beslissingen, coördinatie, vertrouwen. De individuele outputwinst verdampt naarmate je uitzoomt en het gehele proces overziet. Werkzaamheden sluiten minder goed op elkaar aan, minder projecten worden voltooid. Bovendien creëert AI nieuwe (zeer onproductieve) arbeid. Denk aan prompten, checken, corrigeren en hallucinaties opruimen.
De winst komt, maar pas als de hele samenleving is ingericht op de technologie
En dat hebben we eerder gezien. In 1987 vroeg de Amerikaanse econoom Robert Solow zich al af waarom je het computertijdperk overal in terugzag, behalve in de productiviteitsstatistieken. Het duurde jaren voordat de werkwijze werd aangepast en het potentieel van de computer zich liet gelden.
Elektriciteit deed er ook decennia over, tot fabrieken en steden volledig waren gereorganiseerd. Hetzelfde gold voor internet. De winst komt, maar pas als de hele samenleving is ingericht op de nieuwe technologie. Dat gaat nu ongetwijfeld ook gebeuren. Wat wel eens anders kan uitpakken, is wie er met de winst vandoor gaat.
Niet de werknemer wiens baan geruisloos kleiner wordt. Niet de overheid wier belastinggrondslag verder erodeert omdat de winsten wegvloeien naar een handvol bedrijven in de Verenigde Staten. De infrastructuur is al gebouwd. De afhankelijkheden zijn al gecreëerd.
En ondertussen waden we door een brei van meer van hetzelfde. Daar moeten we eerst doorheen voordat economie en maatschappij zijn ingesteld op de nieuwe realiteit. Pas dan wordt duidelijk wie de winst uiteindelijk opstrijkt. Voor wie die brei produceert, is het ondertussen gewoon werk.
This time is different? Ik waag het te betwijfelen. De duivel schijt nu eenmaal op de grote hoop
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.